Een vraag vanuit de praktijk–salarysplit en pensioen in Nederland voortzetten

Vraag van een werkgever
Eén van mijn werknemers gaat voor een deel werken voor een Belgische zusteronderneming. Hij blijft voor 50% op de payroll van mijn bedrijf en komt voor 50% op de payroll bij de Belgische zusteronderneming.

Antwoord
In theorie is dit mogelijk. Vanuit de fiscale optiek is dit mogelijk mits de Belgische entiteit op haar beurt een nieuwe overeenkomst sluit en de Nederlandse entiteit de kosten voor het deel dat betrekking heeft op de Belgische dienstbetrekking naar evenredigheid doorbelast. De Pensioenwet verbiedt een dergelijke voortzetting evenmin. Het betekent o.a. wel dat het recht van het werkland van toepassing zou kunnen zijn.

Een pensioenuitvoerder maakt zijn eigen afweging of hij een verzekering waarop een buitenlands recht van toepassing zou kunnen zijn, wil en kan voeren.

Pensioenuitvoerders zullen waarschijnlijk niet bereid om de pensioenregeling van uw Belgische werknemer voort te zetten. En wel om de volgende redenen:

  • Op de pensioenregeling van deze Belgische werknemer is de Pensioenwet voor het deel dat zij in België op de payroll staan niet van toepassing. De pensioenuitvoerder is een (uitvoerings)overeenkomst aangegaan met de Nederlandse werkgever. De Belgische werknemers voldoen vrijwel zeker niet langer aan de deelnemer omschrijving in de pensioenregeling die de pensioenuitvoerder voor deze werkgever uitvoert;
  • Er ontstaan praktische problemen:
    • doordat dit (deel van het) pensioen geen pensioen is waarvoor de Pensioenwet geldt. Dit levert problemen op bij een eventuele waardeoverdracht;
    • bij premievrijstelling in verband met arbeidsongeschiktheid en WIA; Voor de bepaling van de hoogte van de premievrijstelling en het arbeidsongeschiktheidspensioen gaan veel pensioenuitvoerders uit van het arbeidsongeschiktheidspercentage dat door het UWV is vastgesteld. Dit kunnen zij niet toepassen op het pensioendeel dat betrekking heeft op buitenlandse werknemers.

Voor de meeste pensioenuitvoerders is dit voldoende reden om niet te willen afwijken van de standaard.
Vanzelfsprekend moet de werknemer wel meedoen in de regeling van de Nederlandse werkgever voor zijn eventuele deeltijddienstverband aldaar als hij onder de groepsomschrijving valt.

Indien er sprake is van een tijdelijke detachering van de werknemer aan de buitenlandse zusteronderneming, waarbij gevallen bekend zijn van maximaal 3 jaar, dat kan er soms een oplossing worden geboden en geaccepteerd door de pensioenuitvoerder. In dat geval blijft de werknemer volledig deelnemen in de Nederlandse pensioenregeling en wordt in dit voorbeeld 50% van de pensioenpremie doorbelast aan de buitenlandse onderneming.

Deze praktijkvraag is opgesteld naar de stand van zaken op 11 december 2019.

Deel dit artikel

+